Maurits Cornelis Escher (Leeuwarden 1898 – Laren 1972)

Escher kreeg op de HBS te Arnhem tekenonderwijs van F.W. van Haagen, die zijn grafische aanleg hielp ontwikkelen onder andere door hem linoleumsnijden te leren.

Van 1919 tot 1922 bezocht hij de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten te Haarlem, waar hij les kreeg van Jessurun de Mesquita die een grote invloed heeft gehad op zijn verdere ontwikkeling.

In 1922 vertrok hij naar Italië en vestigde zich in 1924 in Rome van waaruit hij vele studiereizen maakte naar o.a. de Abruzen, de Amalfiekust, Calabrië, Sicilië, Corsica en Spanje.

In 1934 vertrok hij naar Zwitserland, waar hij 2 jaar zou blijven en daarna vestigde hij zich voor vijf jaar in Brussel. In 1941 komt hij terug naar Nederland.

Maurits Escher is vooral beroemd geworden om zijn houtsneden, houtgravures en litho’s, waarin wiskundige principes en onmogelijke voorstellingen centraal staan. Vaak speelde Escher met vormen die geleidelijk overgaan in volstrekt nieuwe vormen, zoals vissen die transformeren in vogels.

Het werk van Escher is uniek in de kunstgeschiedenis en wordt nog steeds overal ter wereld gewaardeerd en verzameld. Werk van hem is te zien in musea zoals museum Escher in het Paleis in Den Haag en het Rijksmuseum in Amsterdam.